Autismetest AQ-Child

Antwoorden bewaard op dit apparaat

Over de AQ-Child

De AQ-Child is de kinderversie van het Autism-Spectrum Quotient (AQ). Bonnie Auyeung, Simon Baron-Cohen en collega’s van het Autism Research Centre van de Universiteit van Cambridge hebben hem ontwikkeld en in 2008 gepubliceerd. Hij is bedoeld voor kinderen van 4 tot en met 11 jaar. Jonge kinderen kunnen hun eigen kenmerken niet betrouwbaar beschrijven, dus een ouder of iemand anders die het kind goed kent, beantwoordt de vragen.

De stellingen zijn dezelfde als in de AQ-50 voor volwassenen, aangepast aan het dagelijks leven van kinderen, zoals school, kinderfeestjes en voorgelezen worden. Op deze site begint elke stelling met ‘Mijn kind’, waar het origineel ‘Hij/zij’ gebruikt.

Wat de test meet

De 50 stellingen gaan over dezelfde vijf gebieden als de versie voor volwassenen, met tien stellingen per gebied:

  • Sociale vaardigheden: hoe makkelijk of moeilijk je kind sociale situaties en het maken van nieuwe vrienden vindt.
  • Schakelen van aandacht: hoe makkelijk je kind van de ene activiteit naar de andere overstapt, en hoe het reageert als routines veranderen.
  • Aandacht voor details: hoeveel je kind let op kleine details, patronen, getallen en datums.
  • Communicatie: hoe je kind omgaat met gesprekken, grapjes en het lezen tussen de regels.
  • Verbeelding: hoe makkelijk je kind verhalen verzint, inschat wat anderen van plan zijn en plezier heeft in fantasiespel.

Hoe de score werkt

Je beantwoordt elke stelling op een vierpuntsschaal van ‘helemaal mee eens’ tot ‘helemaal mee oneens’. Anders dan bij de AQ-50 voor volwassenen telt elk antwoord mee: een antwoord in de autistische richting levert 3 punten op als je het helemaal eens of helemaal oneens bent, en 2 punten als dat maar enigszins zo is. Een antwoord in de andere richting levert 1 of 0 punten op. Ongeveer de helft van de stellingen is andersom geformuleerd. De totaalscore ligt tussen 0 en 150.

In het oorspronkelijke onderzoek onder 1225 kinderen zonder autisme en 540 autistische kinderen scoorden de kinderen zonder diagnose gemiddeld ongeveer 42, en de autistische kinderen ongeveer 104. Een score van 76 of hoger pikte 95% van de autistische kinderen eruit, terwijl maar ongeveer 5% van de andere kinderen zo hoog scoorde. Op deze site wordt het resultaat zo beschreven:

  • 0–49: zeer onwaarschijnlijk dat je kind autisme heeft
  • 50–75: onwaarschijnlijk dat je kind autisme heeft
  • 76–99: waarschijnlijk dat je kind autisme heeft
  • 100–150: zeer waarschijnlijk dat je kind autisme heeft

Je krijgt ook een score voor elk van de vijf gebieden, zodat je ziet welke soorten kenmerken het totaal bepalen. Jongens zonder autisme scoorden gemiddeld iets hoger dan meisjes.

Wat het resultaat wel en niet zegt

De AQ-Child is een screeningsinstrument, geen diagnose. Een hoge score betekent dat je bij je kind veel kenmerken herkent die vaak voorkomen bij autistische kinderen, maar angst, ADHD, taalproblemen en andere aandoeningen kunnen de score ook verhogen. Een lage score sluit autisme niet uit, zeker niet bij kinderen die hun moeilijkheden verbergen, wat vaker voorkomt bij meisjes. Is de score hoog, of herken je je kind in veel van de stellingen, praat dan met de huisarts van je kind. Neem het resultaat mee; het kan een handig startpunt voor het gesprek zijn.

Voor tieners van 12 tot en met 15 jaar gebruik je de AQ-Adolescent. Vanaf 16 jaar kunnen jongeren zelf de AQ-50 doen.

Bron

Auyeung B, Baron-Cohen S, Wheelwright S, Allison C. The Autism Spectrum Quotient: Children’s Version (AQ-Child). Journal of Autism and Developmental Disorders, 2008; 38(7): 1230–1240.