Autismetest AQ-Adolescent

Antwoorden bewaard op dit apparaat

Over de AQ-Adolescent

De AQ-Adolescent is de tienerversie van het Autism-Spectrum Quotient (AQ). Simon Baron-Cohen, Rosa Hoekstra, Rebecca Knickmeyer en Sally Wheelwright van het Autism Research Centre van de Universiteit van Cambridge hebben hem ontwikkeld en in 2006 gepubliceerd. Hij is bedoeld voor jongeren van 12 tot en met 15 jaar, en een ouder of iemand anders die de jongere goed kent, beantwoordt de vragen.

De stellingen zijn bijna dezelfde als in de AQ-50 voor volwassenen, met kleine aanpassingen zodat ze bij tieners passen. Op deze site begint elke stelling met ‘Mijn kind’, waar het origineel ‘Hij/zij’ gebruikt.

Wat de test meet

De 50 stellingen gaan over dezelfde vijf gebieden als de versie voor volwassenen, met tien stellingen per gebied:

  • Sociale vaardigheden: hoe makkelijk of moeilijk je kind sociale situaties en het maken van nieuwe vrienden vindt.
  • Schakelen van aandacht: hoe makkelijk je kind de aandacht verlegt, en hoe het reageert als routines veranderen.
  • Aandacht voor details: hoeveel je kind let op kleine details, patronen, getallen en datums.
  • Communicatie: hoe je kind omgaat met gesprekken, small talk, grapjes en het lezen tussen de regels.
  • Verbeelding: hoe makkelijk je kind zich verhalen voorstelt, inschat wat anderen van plan zijn en zich kan inleven in hoe het is om iemand anders te zijn.

Hoe de score werkt

Je beantwoordt elke stelling op een vierpuntsschaal van ‘helemaal mee eens’ tot ‘helemaal mee oneens’. Wijst je antwoord in de richting van een autistisch kenmerk, dan levert de stelling 1 punt op, of je het nu helemaal of maar enigszins eens of oneens bent. Anders levert ze 0 punten op. Ongeveer de helft van de stellingen is andersom geformuleerd. De totaalscore ligt tussen 0 en 50, net als bij de AQ-50.

In het oorspronkelijke onderzoek scoorden tieners zonder autisme gemiddeld ongeveer 18, en autistische tieners ongeveer 38. Ongeveer 9 op de 10 autistische tieners scoorden 30 of hoger, terwijl geen enkele tiener zonder autisme dat deed. Op deze site wordt het resultaat zo beschreven:

  • 0–19: zeer onwaarschijnlijk dat je kind autisme heeft
  • 20–29: onwaarschijnlijk dat je kind autisme heeft
  • 30–37: waarschijnlijk dat je kind autisme heeft
  • 38–50: zeer waarschijnlijk dat je kind autisme heeft

Je krijgt ook een score voor elk van de vijf gebieden, zodat je ziet welke soorten kenmerken het totaal bepalen.

Wat het resultaat wel en niet zegt

De AQ-Adolescent is een screeningsinstrument, geen diagnose. Het oorspronkelijke onderzoek was klein, met 131 autistische tieners en 50 tieners zonder autisme, dus de grens is eerder een richtlijn dan een harde lijn. Een hoge score betekent dat je bij je kind veel kenmerken herkent die vaak voorkomen bij autistische tieners, maar angst, depressie, ADHD en andere aandoeningen kunnen de score ook verhogen. Een lage score sluit autisme niet uit, zeker niet bij tieners die hun moeilijkheden verbergen, wat vaker voorkomt bij meisjes. Is de score hoog, of herken je je kind in veel van de stellingen, praat dan met de huisarts van je kind.

Voor kinderen van 4 tot en met 11 jaar gebruik je de AQ-Child. Vanaf 16 jaar kunnen jongeren zelf de AQ-50 doen.

Bron

Baron-Cohen S, Hoekstra RA, Knickmeyer R, Wheelwright S. The Autism-Spectrum Quotient (AQ) – Adolescent Version. Journal of Autism and Developmental Disorders, 2006; 36(3): 343–350.